Ik zat van de week op het bed van mijn dochter en we hadden het over keuzes maken. Soms is dat makkelijk, soms is het moeilijk. Soms lijkt het moeilijk maar is het vooral spannend. Er zijn keuzes die je volledig kunt overzien. Dan kun je een lijstje maken met de voor- en nadelen en rationeel de beste keuze maken. Maar vaker sta je voor een keuze waarvan je de gevolgen niet kunt overzien. Dan moet je aannames maken over hoe de toekomst er uit kan zien: dan is de keuze vooral spannend. Wat ik makkelijk tegen mijn kinderen zeg, zou ik ook vaker tegen mijzelf kunnen zeggen. Ik twijfel vaak of ik de juiste keuzes maak. Soms twijfel ik zo dat er helemaal niets gebeurd. Wat ik mezelf dan moet vertellen is dat in die twijfel-stilstand blijven óók een keuze is. Meestal een waar ik meer spijt van heb dan wanneer ik ergens maar gewoon aan begin.
Afgelopen jaar heb ik met een aantal buurgenoten een gezamenlijke moestuin gehad. Dit liep om verschillende redenen niet heel soepel en aan het eind van het groeiseizoen liet ik de anderen weten dat ik het komende niet meer mee wilde doen. Ik was niet de enige die het weinig succesvol vond, want geen van de buren wilde nog een jaar gezamenlijk daar door. Toch zonde, een flinke moestuin die we mochten gebruiken op het land van een buurboer. Een van de buurgenoten stelde voor dat wij samen de moestuin zouden opdelen en ieder een eigen stuk innemen. Ik ging weer denken over de reden dat ik gestart was bij de burenmoestuin: ik wil meer eigen voedsel kweken dan ik in de paar bakken in mijn achtertuin kwijt kan. Ik sta ingeschreven voor een volkstuin maar ben nog lang niet aan de beurt. Ik had een keuze: wachten tot ik daar mag beginnen, om onder ideale omstandigheden een moestuin op te starten, of besluiten de periode die ik moet wachten te gebruiken om te leren over moestuinieren op grotere schaal.
Dus dit jaar ga ik weer bij de buurboer aan de slag. In mijn eigen tuin vul ik de de oude moestuin-delen langzaam tot een pluktuin van verschillende soorten fruit en andere meerjarige eetbare planten. De eenjarigen (dus de groenten) plant ik in de moestuin van de buurboer. Ik heb in de herfst mijn moestuin afgedekt met een flinke laag bladeren, verzameld deels met de kinderen in een kersenboomgaard, deels van het erf van de buurboer (vanonder zijn kastanjeboom) geharkt. Ik heb schapenvachten van een andere buurboer geregeld om als mulch op mijn bedden te leggen. Ik heb de bedden afgezet en moet er deze maand nog een laagje verse compost overheen harken. Ik koop sinds het najaar steeds meer groenten zoals ze van het land komen om te wennen aan het verwerken ervan. Ik zal binnenkort ook schrijven over hoe ik dit jaar heb gekozen wat ik zal zaaien, stekken en planten en hoe ik het werk in mijn eigen tuin en de moestuin behapbaar hoop te houden.
Ook over het schrijven heb ik een keus gemaakt: ik wil hier weer verslag doen van mijn activiteiten, succes en tegenslagen in mijn eetbare tuinen. Ik heb verse moed en vind het ook spannend hoe ik beide ga volhouden. Ik hoop dat jullie met mij mee willen lezen in dit avontuur.
Member comments