De afgelopen dagen heb ik wat vooruit gewerkt, zodat ik deze ochtend vrij zou zijn om te tuinieren. En nu kijk ik naar buiten en wens ik dat het zonnetje van gister had benut. Het regent keihard en er waait een gure wind. Alle klusjes die zeker ook moeten gebeuren binnenshuis aan het opsommen, zodat ik een reden heb dat ik dus - helaas - echt de tuin niet in kan.
Afgelopen week heb ik een wormenhotel cadeau gekregen. Mijn schoonzus dacht hilarisch dat ik haar aan het pranken was toen ik haar vertelde wat ik had gekregen, maar ik ben er echt heel blij mee. Wormen verwerken je groente- en fruitafval in nuttige compost voor de moestuin. We hebben hem samen in elkaar gezet en de wormen lijken het naar hun zin te hebben. Ik hoorde wel eens van iemand dat haar wormen in het begin de hele tijd probeerde te ontsnappen maar daar heb ik de mijne nog niet op kunnen betrappen.
Ik loop even naar buiten om mijn wormenhotel te controleren op nattigheid, ik wil niet dat mijn nieuwe tuingenoten verdrinken, en wordt bijna omver geblazen.
Er waait echt een gure wind. Iemand zal zeggen, blijf lekker binnen en je hebt er geen last van. Of ontkent dat er een gure wind is, omdat hij het zelf niet voelt. Weer een ander zal zeggen dat het geen gure wind is, maar een strategische luchtverplaatsing. Iemand zal zeggen dat we de wind echt heel hard nodig hebben en je er dus maar beter niet tegenin kan lopen. Dit gaat uiteraard niet over wind.
Ik pak mijn spullen bij elkaar en fiets naar de moestuin. Welk weer het ook wordt, tuinieren is een vorm van actieve hoop die ik nodig heb in deze tijd.
Member comments